Wormen
Wormbesmetting bij paarden
Ontwormen
Een goed ontwormbeleid is voor elk paard van belang. Hoe vaak, waarmee en wanneer een paard ontwormd moet worden kan sterk verschillen per situatie. De dierenarts kan u hierover het beste adviseren.
Een standaard ontwormadvies is niet te geven en wij adviseren dan ook elke paardenhouder de Parasietenwijzer door te nemen. Niet alle wormen zijn gevoelig voor elk middel en verschillende middelen hebben een verschillende werkingsduur. Daarnaast kunnen niet alle producten worden verstrekt aan veulens en drachtige merries. Met name voor veulens en jonge paarden is ontwormen erg belangrijk.Als larven en wormen niet meer doodgaan na gebruik van een bepaald product, noemen we dat resistentie of ongevoeligheid. Dit probleem treedt steeds vaker op in Nederland. Om resistentie te voorkomen is het belangrijk paarden niet onnodig of te vaak te ontwormen. Door mestonderzoek kan gecontroleerd worden of een paard veel wormeieren uitscheidt en of ontwormen noodzakelijk is.
De levenscyclus van een worm
Een paard wordt besmet door het opnemen van een larve of ei van een worm via de mond. In het lichaam van het paard groeit de larve uit tot een volwassen worm. Deze wormen leven doorgaans in de darmen van het paard. De volwassen worm legt eitjes, vaak vele duizenden, die met de mest van het paard mee naar buiten komen. Deze duizenden eitjes zorgen weer voor een nieuwe besmetting als zij door andere paarden worden opgenomen met het gras.
Bij sommige wormen, zoals de spoelwormen en de aarsmaden ontwikkelen de larven zich al in het ei. Deze wormen kunnen ook op stal al voor besmetting zorgen. In de eieren van andere soorten wormen, zoals longwormen komen de larven pas tot ontwikkeling als zij enige tijd in het gras van het weiland hebben gelegen. Deze wormbesmetting kunnen paarden dan alleen maar oplopen als zij in de wei lopen.
Hieruit blijkt echter wel, dat ook een paard dat geen weidegang krijgt een wormbesmetting kan hebben!
Bij sommige wormen gaan de opgenomen wormen larven niet rechtstreeks naar de darmen, maar maken eerst een trektocht door het lichaam van het paard. Hierdoor wordt schade aangericht aan de organen en dat maakt het preventief ontwormen van uw paard zo belangrijk!
Welke wormen kun je bij het paard tegenkomen?
1. veulenworm (strongyloides westeri)
2. grote strongyliden (o.a. strongylus vulgaris)
3. kleine strongyliden (o.a. cyathostomum sp.)
4. spoelworm (parascaris equorum)
5. aarsworm (oxyuris equi)
6. lintworm (anaplocephala perfoliata)
7. longworm (dictyocaulis arnfieldii)
Veulenworm
De larve van de veulenworm wordt door de merrie met de melk uitgescheiden. Het veulen wordt op deze manier gemakkelijk besmet. Ook kan een larve via de huid binnendringen en vervolgens een trektocht door het lichaam maken. De met de melk opgenomen, besmettelijke larven, worden in het lichaam van het veulen snel volwassen. Zo kan een besmet veulen al tien dagen na de besmetting eitjes in de mest uitscheiden. Na vier dagen ontstaan uit deze eitjes de besmettelijke larven. Deze kunnen weer door de huid heendringen en het veulen herbesmetten. Zestig procent van de Nederlandse veulens zijn geinfecteerd met de veulenworm. Besmette veulens hebben vaak diarree en koliek.
Grote strongyliden
Grote strongyliden zijn twee tot vijf centimeter grote wormen en zeker geen lieverdjes. Strongylus vulgaris maakt een trektocht door het lichaam. De larve kruipt door de darmwand en komt in de wand van de bloedvaten terecht. Vooral in de wand van de darmslagader, maar ook in de andere slagaders kunnen de larven ernstige beschadigingen veroorzaken. Uiteindelijk kruipen de larven weer naar de darmen, worden daar volwassen en leggen eitjes die met de mest in de buitenwereld terecht komen. Besmette paarden hebben diarree en soms koliek. Ze worden mager en hebben een doffe vacht. De eetlust is verminderd en ze kunnen koorts hebben. Ook kreupelheid en verlammingen kunnen het gevolg zijn van de beschadigingen die de larven in de slagaders veroorzaakt hebben.
Kleine strongyliden
De larven van dit kleinere broertje worm kunnen na opname in het darmslijmvlies in een ruststadium overgaan. In deze “winterslaap†kunnen ze wel twee jaar aanwezig blijven. In de rustfase zijn de larven ongevoelig voor de meeste wormmiddelen. In de winter en het vroege voorjaar komen de larven massaal uit de darmwand. Larven van deze kleine strongyliden zie je in deze periodes als kleine rode wormpjes van ongeveer 0,5 cm groot. Bij een ernstige besmetting zijn de gevolgen voor het paard groot. Vermageren, diarree, koliek en soms een zwelling van de onderborst kunnen dan optreden. In ernstige gevallen kan een paard aan de besmetting bezwijken. Deze infectie, ook wel cyathostominose genaamd, is eigenlijk de belangrijkste besmetting van onze paarden. Allereerst kunnen de gevolgen van een besmetting zeer ernstig zijn en daarnaast vraagt de preventie een gedegen en goed georganiseerde aanpak. Op plaatsen waar meerdere paarden bij elkaar gehouden worden kan dit het best overlegd worden met de dierenarts.
Spoelwormen
De spoelworm kan wel vijftig centimeter lang worden. Vooral veulens tot een leeftijd van zes maanden hebben last van deze worm. Na opname van het ei ontstaat hieruit de larve, die een trektocht maakt door het lichaam, waaronder de lever en de longen. In de longen worden de larven opgehoest en doorgeslikt, waarna zij in de darm terechtkomen en volwassen worden. De besmette veulens hebben een ruw haarkleed en een dikke buik. Ze groeien slecht en zijn snel moe. Ook de eetlust is slecht. Bij ernstige besmeting is het veulen sloom en wordt mager. Sommige veulens beginnen te hoesten en hebben last van neusuitvloeiiing. Als er zeer veel wormen aanwezig zijn, kan dat een verstopping van de darmen veroorzaken. Soms kan de darm zelfs scheuren, waardoor het veulen zal sterven.
Aarsworm
De aarsworm leeft in het achterste gedeelte van de darm van het paard. De wormen leggen eitjes rondom de anus. Wel achtduizend tot zestigduizend stuks. Dit veroorzaakt jeuk, waardoor het paard met zijn achterste tegen hekken en planken schuurt. De haren van de staart kunnen hierdoor afgebroken worden.
Lintworm
De lintworm leeft in de dunne en de blinde darm van het paard en kan enkele meters lang worden. Besmetting met deze worm kan koliek veroorzaken. Vaak zijn deze gevallen van koliek zeer ernstig. Bij besmetting met deze worm kunnen soms witte, platte wormen van ongeveer 3-4 cm lang in de ontlasting worden gezien. Behandeling tegen deze parasiet dient in overleg met uw dierenarts te gebeuren.
Longworm
Deze worm komt vooral voor bij ezels. De ezel heeft zelf zelden last van de besmetting. Worden paarden samen met ezels gehouden of geweid op land waar kort tevoren ezels hebben gelopen, kan het paard besmet worden. Een paard met een longwormbesmetting heeft een hardnekkige, droge hoest en een verminderde eetlust. De longen zijn aangetast door de wormen, waardoor het paard dampig kan worden.
Paardenhorzel
De paardenhorzel is geen worm, maar wel een inwendige parasiet van het paard. Het is een vlieg (Gastrophilus spp.) die vanaf mei maar vooral tussen augustus en oktober voor onrust onder de paarden kan zorgen. De vlieg legt zijn eitjes op de vacht van het paard met name op de onderbenen. Door likken neemt het paard vanaf de benen eitjes op. De larven komen in de maag van het paard terecht. Ze blijven daar meer dan een half jaar aanwezig en worden dan met de mest mee naar buiten gebracht. Via een popstadium ontstaat weer een nieuwe vlieg. De larven van de paardenhorzel kunnen maagbeschadigingen en vermagering veroorzaken. De eetlust is verminderd en de besmette paarden gapen vaak.


