Schaap

Schapen zijn echte kuddedieren. Ze horen dan ook altijd met meerdere bij elkaar gehouden te worden. Er zijn veel verschillende rassen die verschillen van elkaar in zowel uiterlijk als karakter. Schapen zijn middelgrote hoefdieren met een dikke vacht. Ze zijn duizenden jaren geleden ontstaan uit de moeflon, een dier dat 'gewoon' haren heeft en geen dikke wol.

Schapen worden ook wel nutsdieren genoemd bijvoorbeeld als zij op dijken gewijd worden, trappen ze de grond vast met hun pootjes, en door te grazen voorkomen ze dat er struiken en bomen op de dijk groeien die met hun wortels de dijk kunnen beschadigen. Op de heide bewijzen heideschapen hun nut bij het weggrazen van gras, bomen en struikjes die de heide anders zouden overwoekeren.

Schapen kunnen maximaal tussen de vijftien en twintig jaar oud worden.

Over het algemeen zijn schapen vriendelijke dieren die gemakkelijk te hanteren zijn. Ze kunnen goed wennen aan menselijk gezelschap. Schapen kunnen ook samen gehouden worden met geiten en paarden.

Schapen kunnen dankzij hun dikke wol erg lage temperaturen weerstaan. Ze hebben dan ook weinig behoefte aan een schuilplaats tegen de kou, maar toch is het prettig als er een stal of overkapping aanwezig is als beschutting tegen hevige regen, als schaduwplek bij warm weer of als er lammeren geboren zijn

Schapen hebben specifieke verzorging nodig: de vacht moet geschoren worden, de hoefjes regelmatig bekapt, regelmatig mestonderzoek en ontworming en in de zomermaanden moet men alert zijn op myasis ( maden).

Regelmatig omweiden is ook een goede methode om besmetting met wormen te voorkomen.

Schapen zijn herkauwers en hebben, net als koeien, vier magen. De pens, netmaag en boekmaag zijn de zogenaamde voormagen. De lebmaag is de ‘echte’ maag. Schapen eten ruwvoer, dat wil zeggen gras en hooi. Ook lusten ze wat blaadjes en twijgjes, maar let wel op dat u ze, bijvoorbeeld met snoeiafval, geen giftige planten zoals bijvoorbeeld Taxus voert, dat kan dodelijk zijn.

In het najaar, als de dagen korter worden, worden schapen bronstig. Meestal worden de ooien in oktober en november gedekt en zo'n 21 weken later, in maart en april, worden de lammeren verwacht. Jonge ooien werpen vaak maar één lam, maar volwassen ooien zetten meestal twee of zelfs drie lammetjes op de wereld.

Als een schaap plotseling sloom of apathisch is, zich afzondert van de groep of uit de groep verstoten wordt, is er meestal iets aan de hand. Bel dan direct de praktijk.

Veel voorkomende problemen/ziektes zijn:

  • Huidmadenziekte
  • Scrapie
  • Zere bekjes
  • Blauwtong
  • Rotkreupel